Rahma El Mouden in De Kwestie: ‘Dankzij woonbeleid is dit land nu gesegregeerd’

Kwestie

Bijna ongemerkt, als een soort sluipmoordenaar, zijn er in Nederland het afgelopen decennia getto’s ontstaan. Sterker nog: de getto’s zijn gecreëerd. De voorheen keurige woonwijken, waar twintig jaar geleden nog een mix aan bewoners een plekje kon vinden, hebben zich onder toeziend oog van woningcorporaties en vooral onder regie van politici ontwikkeld tot criminaliteitsnesten en armoedebastions.

Dit is de snelgroeiende schandvlek in een land dat zegt beschaafd te willen zijn. Als we geconfronteerd werden met getto’s elders in de westerse samenleving, zeggen we tegen elkaar: Dát kan en mag in Nederland niet gebeuren! En nu nog steeds kijken we een andere kant op, willen we de waarheid niet onder ogen zien, omdat de beslissers in ons land in veilige ‘niets aan de hand’-wijken wonen. Alsof een wijk als Het Zand in Tilburg, waar mistroostig de verf van de huurwoningen afbladdert, buurtbewoners sidderen voor crimineel en onbeschoft gedrag, waar verslaafden hun plek hebben gevonden, mensen met psychiatrische problemen met steeds minder professionele hulp aan hun lot worden overgelaten, niet bestaat.

Wat doe je onze jongeren aan in deze achterstandswijken – ook zo’n begrip uit het woordenboek van de sociale huursector – die hun toekomst nog moeten opbouwen? Wat zij zien als ze de straat op gaan is een failliete verzorgingsstaat, waar dankzij doelbewust beleid mensen met lage inkomens, zonder werk, met psychische problemen in zijn gemanoeuvreerd. Hoe kun je aan je toekomst werken als je opgroeit in een omgeving waar het perspectief is verdwenen?

Woningcorporaties en beleidsmakers creëren zelf deze onhoudbare situaties. De middenklasse is door regeltjes over ‘scheefwonen’ weggejaagd. Het leek allemaal heel sociaal, maar het is de bijl aan de wortels van een sociale en een gezonde multiculturele samenleving. Na de mislukte integratiepolitiek van opeenvolgende kabinetten is dankzij het woonbeleid Nederland een gesegregeerd land geworden. De kanslozen hebben hun eigen domein, waar dankzij de aanleg van ringwegen de middenklasse en goed gesitueerden omheen kunnen rijden.

Ik ben ervan overtuigd dat er een remedie is tegen dit verval. Meer variatie toepassen, meer mixen tussen allochtoon en autochtoon, jong en oud, koop en huur, succes en nog geen succes: het zijn elementaire voorwaarden om wijken leefbaar te maken.

Ik heb de concentratie van kwetsbare mensen van nabij meegemaakt in de Bijlmer, in Amsterdam-Oost en ook in Nieuw-West in de jaren ’80. Wij zijn twee keer verhuisd uit wijken die erg achteruitgingen en waar ik me onveilig heb gevoeld. Uit zelfbescherming vertrokken we naar elders.

De overheid moet bereid zijn om systemen aan te passen en snel te handelen in het belang van de burgers. We hebben politici nodig die lef hebben om deze mensen te helpen. Als de overheid niets doet wordt de afstand tussen de diverse bevolkingsgroepen alleen maar groter. 

En ondertussen worden straks, als we niet oppassen, de Nederlandse wijken in een adem genoemd met bekende getto’s als Molenbeek, Schaarbeek en de banlieus in Parijs, waar zelfs de politie niet meer durft te komen.

Dat is nou precies wat we hier dus niet willen.

Rahma el Mouden is onderneemster

De Kwestie

Mijn Opinie in De Telegraaf: ‘De moed van Mo is bewonderenswaardig’

De Telegraaf
De Telegraaf

Het is oneerlijk om nog voor je achttiende levensjaar de meest wrede keuze van je leven te moeten maken. Balanceren tussen onvoorwaardelijke loyaliteit aan het land dat je voortbracht en de liefde voor het nieuwe land dat hoop en welvaart brengt, stort je in een bijna onmogelijke situatie.

Voetballer Mohamed Ihattaren is met zijn 17 jaar een natuurtalent, een begaafde speler op wie iedereen trots kan zijn. Of je nu supporter bent van PSV, Ajax of Emmen: wat is er mooier dan een jonge jongen die zijn geweldige talenten benut op het allerhoogste niveau?

Veel migranten die vanuit Marokko naar Nederland kwamen, herkennen de voortdurende loyaliteitsstrijd, waarop je als migrant steeds wordt teruggeworpen. Het is je familie, je vrienden in de moskee of de collega’s op je werk die je beïnvloeden, die op je inpraten, die je afremmen. Het is goedbedoeld, maar o zo onbevredigend.

Na twee stappen vooruit in het nieuwe land, zet je er steeds weer één terug.

Generaties

Twee generaties geleden kwam ik op mijn zestiende van Tanger in Marokko naar dit mooie land. Waarom? Omdat ik mij wilde ontplooien. Ik wilde de kansen grijpen die ik in mijn geboorteland niet kreeg. Ik was op zoek naar de vrijheid die Nederland mij kon bieden. Daarna heb ik moeten knokken om die vrijheid te bevechten, omdat de hechte cultuur van waaruit ik voortgekomen ben, erop gericht was om vrouwen tegen de buitenwereld te beschermen.

Daarom is de tweestrijd van Mohamed Ihattaren om te kiezen voor het rood van Marokko of het oranje van Nederland zo heftig. De uiteindelijke keuze van Mohammed voor het Nederlands elftal en dus niet voor dat van Marokko neemt hij bovendien in een zeer kwetsbare fase van zijn leven. Zijn vader overleed zeer recent en de voetballer ontving de warme steun en condoleances uit alle lagen van de samenleving.

Met zijn besluit in het voordeel van Oranje is Ihattaren, de ’oplettende’, een voorbeeld voor anderen die worstelen met hun loyaliteit. Hij doorbreekt een taboe, passend bij de tijdsgeest van nu. Het is een keuze tussen A en B, tussen oranje en rood, tussen wat ooit was en wat nu is.

Topvoetballers, die een ander besluit namen of nog gaan nemen, wil ik beslist niet veroordelen. Want elke situatie is anders, elke afweging is individueel bepaald, elke keuze moet worden gerespecteerd. Dat is onlosmakelijk onderdeel van de vrijheid die we hebben verworven en die past bij dit land achter de dijken.

Familie

Voor Mohamed Ihattaren geldt dat zijn familie, zijn collega-spelers en de coaches hem hebben begeleid in zijn keuze voor het Nederlands elftal. De jonge stervoetballer heeft hier zijn opvoeding genoten, kwam al uit voor vertegenwoordigende elftallen en wordt gewaardeerd om wie hij is en om wat hij kan. Als je dat hebt bereikt in je jonge leven, dan ben je een heel rijk mens.

Dat neemt niet weg dat als Hakim Ziyech met een briljante actie scoort voor Marokko, we met het allergrootste respect voor zijn afwegingen applaudisseren om wie hij is en om wat hij kan. Maar hetzelfde doe ik als Mohamed Ihattaren volgend jaar als verse Oranjeleeuw vecht om de Europese titel.

Zijn keuze voor Oranje is een reflectie van de keuzevrijheid die hij heeft genomen en hij is een voorbeeld voor velen. Ik bewonder zijn moed en zeg tegen hen die het anders zien: rood is de kleur van de liefde en oranje is het symbool van onze vrijheid. Leer ermee omgaan en volg je hart.

Rahma: ‘Trots op nominatie MeerBusinessAward’

MeerBusinessAward

,,MAS Dienstverleners is genomineerd voor de Amsterdam Business Award 2019. Wij zijn erg trots dat wij genomineerd zijn samen met de andere twee andere prachtige bedrijven: Tony Chocolonelly en de Johan Cruijff Arena. Op 7 juni aanstaande wordt de prijs op het Amsterdam Business Award Gala 2019 uitgereikt in de Rai”, aldus Rahma el Mouden.

Quotes:

,,Wij proberen te investeren in onze mensen. Bij ons zit duurzaamheid niet in machines maar in het personeel.”

,,Als je het Rijksmuseum mag schoonmaken, dan kun je de hele wereld schoonmaken.”

Mike Muller, verslaggever van De Telegraaf en lid van de jury van de MeerBusinessAwards, stelt dat de nominatie onder andere is te danken aan de snelle groei van MAS Dienstverleners en de wijze waarop het bedrijf jonge mensen en kwetsbare jongeren uit de top 400 kansen geeft. ,,Dat siert MAS”, aldus Muller.

Bert Dijkstra interviewt in De Telegraaf: Rahma, de bevrijde leeuwin

Met Bert Dijkstra, interviewer van De Telegraaf, had ik een gesprek over mijn boek en mijn leven. In de krant, die toen ik Nederland woonde en leefde als eerste begon te lezen als onderdeel van mijn integratie, staat vandaag mijn uitgebreide verhaal.

Lees hier de passage over hoe dat toen ging:

De Telegraaf sprong eruit in de schappen van Albert Heijn, het was míjn krant. Kwam ik in de tekst woorden tegen die ik ook op tv had gehoord, dan onderstreepte ik ze. Ging ik naar m’n twee buurvrouwen om te vragen wat ze betekenden. Die twee waren lesbisch, maar ik had geen benul wat dat was. Ik zag ze zoenen in de keuken en was letterlijk verlamd van schrik. Ik zei tegen mijn man: we moeten onszelf kunnen redden, ik wil naar school. ’Geen sprake van’, reageerde hij. ’Dan moet jíj naar school’, zei ik. Voelde hij niks voor, dus ging ik. Was ik toegelaten, moest ik m’n komst alleen nog schriftelijk bevestigen, verscheurde mijn man de brief. Negen maanden later ging ik alsnog naar school. Nee, ik heb nooit overwogen om de strijd op te geven. Geen minuut.”

Het verlangen om naar Europa te gaan begon bij mij al vroeg. Lees hier het fragment in De Telegraaf:

„Uit verzet tegen de verschillen tussen meisjes en jongens. Ik zag laatst dat ze een hek op dat muurtje hebben gezet. Vond ik vreselijk. Ik heb er wéken op gezeten, dromend van een leven in Nederland. Ik dacht: als ik nou heel hard zwaai naar de toeristen in de bussen, dan stapt er wel een mevrouw uit die me mee wil nemen. Nee dus. Ik voel nog steeds het verdriet.”

Over hoe het mis kan gaan met jongeren:

„Het gaat om jongens die in de criminaliteit terecht dreigen te komen. Ik spreek dezelfde taal als hun ouders, weet dat ik kan helpen. Meestal gaat het goed. Komen ze niet opdagen omdat ze zogenaamd ziek zijn, dan haal ik hen hoogstpersoonlijk op.”

Lees HIER het in interview in De Telegraaf.

Translate »