RAHMA EL MOUDEN “EEN BEDRIJF MET 500 MENSEN; IK BEN HIER ZO TROTS OP”

Uit Libelle

TEKST: LIDDIE AUSTIN FOTOGRAFIE PETRA HOOGERBRUG

Als klein meisje wist Rahma el Mouden (60) al dat ze vrij wilde zijn en daarvoor naar Europa moest Ze werd een van de eerste Marokkaanse vrouwen die een enorm bedrijf in Nederland opbouwde, maar de weg ernaartoe was niet makkelijk…

“Als kind had ik al een grote droom: ik wilde vrij zijn. Mijn broer mocht veel meer dan mijn vijf zusjes en ik, jongens mochten sowieso veel meer dan meisjes. Mijn zusjes viel het niet op, ik stelde er vragen over. Waarom mochten jongens meer dan meisjes? Dat was oneerlijk! Ik had sowieso veel vragen, over alles. Mijn moeder had daar soms moeite mee. Waar komt dat kind vandaan, kon ze weleens verzuchten.

Mijn vader was imam en werkte in Gibraltar. Eens in de maand kwam hij een weekend thuis. Als hij in Marokko was gebleven, had ik een ander leven gehad, denk ik. Mijn vader was liberaal en vrijdenkend. ledereen zei vroeger dat ervan mij niks terecht zou komen, maar hij had vertrouwen in mij. ‘Jullie begrijpen haar niet, ze is de beste!’ zei hij altijd. Mijn moeder was een sterke vrouw, net zoals ik dat ben, maar als je alleen komt te staan met zeven kinderen word je voorzichtiger. Ik denk dat zij daarom een beetje op de rem ging staan bij een nieuwsgierig meisje als ik.

Om vrij te kunnen zijn, moest ik weg uit Tanger, dat begreep ik al snel. Op straat zag ik regelmatig Europese vrouwen lopen, ze droegen lippenstift en rokken tot boven de knie. Dragen wat je wilt, dat was vrijheid voor mij. Dat wilde ik ook, maar in Marokko zou ik die vrijheid niet vinden. Daarom wilde ik naar Europa. Ik ben iemand die heel planmatig denkt, dat heb ik altijd al gedaan. Als ik eerst dit doe, dan moet ik daarna dat, enzovoorts.

Ik denk nooit: ik zie wel. Stapje voor stapje werk ik naar mijn doelen toe. Om in Europa terecht te komen, besefte ik, nadat mijn zus met haar man naar België was vertrokken, moest ik met een man trouwen die daar werkte. Van Bachir el Mouden, de jongen met wie ik op mijn zestiende trouwde, wist ik niet veel meer dan dat hij paste in mijn plannen. We kenden elkaar van een afstandje voordat hij om mijn hand kwam vragen. Hij werkte toen in Spanje. Hij zag er absoluut niet slecht uit, maar voor mij was er eigenlijk maar een ding belangrijk: Europa.


De volgende stap
“En toen zat ik ineens op mijn zestiende, zwanger en wel, op een zolderkamer in Amsterdam-Noord omdat mijn man in Nederland werk had kunnen krijgen. Ik ben nog nooit zo ongelukkig geweest. Ik was nog een kind dat haar moeder nodig had, maar ik zat de hele dag alleen thuis in een land waar ik niemand kende en waarvan ik de taal niet sprak. Ik belde zo vaak als ik kon met mijn moeder in Marokko, maar dat was duur. Mijn man ging bijna failliet door al die telefoontjes van mij. Ik voelde me helemaal niet vrij, ik voelde alleen verdriet. Was dit nu waarnaar ik zo had verlangd?

Mijn man was ook eenzaarn voor hem was ook alles nieuw, zijn familie was ook ver weg. Maar hij had zijn werk. Overdag werkte hij in een fabriek, daarna had hij een schoonmaakbaan. Ik zat thuis de hele dag op de klok te kijken, te wachten tot hij weer thuiskwam. Nadat onze zoon Marouan was geboren, ging het iets beter. Ik had iets waarmee ik mijn dagen kon vullen. Maar het werd ook tijd voor een volgende stap. Ik wilde aan het werk, mensen zien, me ontwikkelen. Fabriekswerk ging het voor mij niet worden, dat begreep ik wel, maar schoonmaken, dat kon ik.

Mijn man wilde dat ik thuisbleef met de baby, maar ik ben niet iemand die bij de eerste tegenslag de handdoek in de ring gooit. Ik heb net zo lang aan zijn hoofd gezeurd totdat ik mee mocht naar zijn schoonmaakwerk. De baby nam ik ook gewoon mee, een oppas had ik natuurlijk niet. Inmiddels was ik zwanger van mijn dochter. De volgende stap was de taal leren. Als ik dat niet had gedaan, was ik nu nog aan het schoonmaken. Je komt als migrant niet verder als je de wereld om je heen niet kunt volgen. Twee avonden per week ging ik naar school om Nederlandse grammatica te leren.

Na afloop van de lessen ging ik meteen naar huis om geen problemen te krijgen met mijn man. Het was schipperen. De eerste vijftien jaar van mijn huwelijk heb ik moeten vechten voor alles wat ik wilde. Ik had kunnen zeggen: bekijk het maar, ik kies voor mezelf. Dat heb ik niet gedaan. EÈn ding wist ik zeker: ik ga niet weg bij mijn man. Maar ik wist net zo zeker dat ik alles ging doen om hem aan mijn zijde te krijgen. Stapje voor stapje heb ik daar heel strategisch naartoe gewerkt. Ik moest niet te ver voor hem uitlopen, soms moest ik me inhouden zodat hij kon aanhaken, soms moest ik zelfs even bukken, om daarna weer verder te kunnen.

Maar mijn man heeft me altijd gesteund, ook toen we nog in die vechtfase zaten. Wat ik ook bijzonder vind, is dat hij me geen schuldgevoelens aanpraatte. Heel vaak zie ik vrouwen op hun werk verscheurd worden tussen werk enthuis. Daardoor kunnen ze niet goed presteren. Mijn man mopperde soms wel: ‘Waar ga je nu weer naartoe?’ Maar hij heeft nooit tegen me gezegd dat ik mijn kinderen verwaarloosde of geklaagd dat het huis niet aan kant was. Daardoor kon ik me zonder schuldgevoelens op mijn werk richten.

Als ik weg was, deed hij alles: de kinderen opvoeden, wassen, koken. En als ik thuis was, deed ik het. Het belangrijkste was uiteindelijk dat we allebei ons hart hebben gevolgd. Mijn ambitie zei: stap op, dan ben je vrij. Maar mijn hart zei: nee, deze man is zo goed voor j ou en voor j e kinderen, j e moet hem de tijd geven. Ik ben zo dankbaar dat ik dat heb gedaan. Het heeft lang geduurd en het is moeilijk geweest – er is veel meer gebeurd dan dat ik hier kan vertellen maar uiteindelijk werd hij de vrijdenkende man van wie iedere vrouw droomt. We zijn in elkaar blijven investeren en daardoor konden we allebei tot bloei komen.”

Gerespecteerd
“Ik wist: als ik mijn man kan veranderen, verandert de familie en mijn omgeving wel mee. Natuurlijk hadden zij ook commentaar op wat ik deed. Ik moest aan alle kanten strijd leveren. Ik wilde werken, ik wilde naar school, ik wilde moeder zijn, ik wilde carriËre maken, ik wilde moslima zijn en ik wilde bij mijn man blijven. Al die verlangens moest ik met elkaar in balans zien te brengen. Net zo min als ik mijn man kwijt wilde, wilde ik mijn sociale omgeving van me vervreemden. Ik houd van mensen om me heen, ik wilde ondanks het voor hen afwijkende leven dat ik leid ook bij de Marokkaanse gemeenschap blijven horen.

Tegen mijn man zeiden ze: ‘Je geeft haar te veel vrijheid!’ Maar doordat hij zoveel vertrouwen in me had, gingen ze na verloop van tijd toch minder afkeurend naar mij kijken. HÈ, ze werkt hard. Ze rijdt auto. En haar man is nog steeds gek op haar. Zou het misschien toch niet zÛ raar zijn? Door onze manier van leven hebben we mensen aan het denken gezet in plaats van ze van ons af te stoten. Ik word alom gerespecteerd. In 1997 ben ik mijn eigen bedrijf begonnen: Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf. Dat was voor mijn man even schrikken, maar ook hier gold weer: hij wende eraan en deed mee.

Het bedrijf is groter geworden dan ik had kunnen denken: MAS bestaat nu uit vijf ondernemingen, we hebben meer dan 500 mensen in dienst. Ik denk dat ik de eerste vrouw uit de Marokkaanse cultuur ben die hier in Nederland zo’n groot bedrijf heeft opgebouwd en ik ben ook de eerste die dat – heel bewust! – heeft overgedragen aan haar dochter. Oumaima heeft in het buitenland gestudeerd, waar natuurlijk ook weer over werd gepraat.

Maar we hebben doorgezet en nu is het al veel normaler voor Marokkaanse jonge vrouwen om een tijdje naar het buitenland te gaan. Ik ben zo trots als ik zie hoeveel vrouwen nu ondernemen, hoeveel vrouwen Èn mannen zich bij mij melden voor advies. Sinds januari 2018 leidt Oumaima MAS. Vanuit een andere vestiging ontwikkel ik plannen om het bedrijf naar een nog hoger plan te brengen. Het is fijn dat ik daar nu de tijd voor heb.

Over een paar jaar zal ik me helemaal terugtrekken uit het bedrijf. Inmiddels heb ik een nieuwe organisatie opgericht, waarbij ik jongeren opleid met een baangarantie. Ik heb ook een fonds voor vrouwen die hun droombaan willen realiseren of hun bedrijf groter willen maken. Ik werk dus nog wel, maar ik doe vooral dingen waarvan ik gelukkig word. Dat is in deze fase van mijn leven: iets teruggeven aan de maatschappij.

De weg die ik bewandelde, is moeilijk geweest, maar uiteindelijk heeft hij me naar mijn gedroomde bestemming gebracht. Westerse mensen kunnen het zich misschien niet voorstellen, maar voor mij als geÎmancipeerde Nederlandse moslima van Marokkaanse afkomst blijft het bijzonder. Ik ben vrij, mijn kinderen zijn vrij, mijn kleinkinderen zijn vrij. Meer kan ik niet wensen.” ?

“Door onze manier van leven, hebben we mensen aan het denken gezet in plaats van ze af te stoten’

Deze week verschijnt De weg naar mijn vrijheid, het levensverhaal van Rahma el Mouden bij uitgeverij Luitingh-Sijthoff.

Deel dit bericht