Home » Nieuws » Interview Rahma el Mouden in Het Parool: ‘Ik ben twee keer weggejaagd uit een buurt en het was beide keren hetzelfde probleem’

Interview Rahma el Mouden in Het Parool: ‘Ik ben twee keer weggejaagd uit een buurt en het was beide keren hetzelfde probleem’
Rahma el Mouden, oprichter van het Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf (MAS), bouwde vanuit de schoonmaakbranche een succesvol bedrijf op met prestigieuze klanten als het Rijksmuseum en de A’DAM Toren. Ze benadrukt dat haar personeel – voornamelijk allochtonen – niet alleen schoonmaken, maar ook kunnen doorgroeien, net als zijzelf ooit deed. El Mouden woont inmiddels in een villawijk, maar blikt kritisch terug op haar weg daarheen: tweemaal werd ze uit buurten verjaagd door de negatieve gevolgen van eenzijdige bevolkingssamenstelling. Volgens haar falen overheid en bedrijfsleven nog steeds in het bevorderen van echte diversiteit.
In het interview in Het Parool vertelt ze openhartig over haar migratie uit Tanger naar Amsterdam, haar eerste indrukken van de stad in de jaren zeventig en haar visie op integratie. Ze hekelt het gebrek aan beleid rond spreiding van bevolkingsgroepen, de traagheid van bedrijven bij het aannemen van divers personeel en het onbegrip over religieuze gebruiken zoals de ramadan. Toch blijft ze hoopvol en praktisch: in haar bedrijf zorgt ze bewust voor gemengde teams, en haar aanpak toont aan dat integratie en economische zelfstandigheid samen kunnen gaan.
Interview in Het Parool van zaterdag 19 juli 2025
door Robert Vuijsje
Rahma el Mouden (1959) zit in het kantoor van haar bedrijf MAS, oftewel Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf, en zegt: “Het zijn allemaal allochtonen die soppen, zeker in de grote steden. In ons bedrijf is het net zo, de witte schoonmakers moet je zoeken met een zaklantaarn.”
Maar: “Bij ons kunnen ze wel doorgroeien. Mijn mensen hebben vaker tegen me gezegd: jij hebt deze sopdoek in je hand gehad, wij blijven ook dromen.”
Daarna een opsomming van het klantenbestand: “Het Rijksmuseum, daar ben ik erg trots op, het contract is net weer verlengd. De Rode Hoed, Felix Meritis, EndemolShine, Banijay Benelux, de A’DAM Toren en nog meer bijzondere klanten, we werken door de hele stad.”
“Niemand kan zo goed voor die panden zorgen als ik. Doordat ik hier al zolang woon, ken ik de waarde van die plekken. De eerste keer dat ik werd meegenomen naar het Concertgebouw stond er één Surinaamse beveiliger, verder was ik de enige allochtoon. Nu heb ik meer dan vijfendertig vrouwen zoals ik daar binnengebracht, ze gaan regelmatig naar klassieke concerten.”
Het is precies vijftig jaar geleden dat Rahma el Mouden naar Amsterdam kwam, vanuit Tanger in Noord-Marokko. “Daar groeide ik al op in een vrije stad. Het was vlak bij Spanje, er woonden veel mensen uit het Westen. Mijn lerares op school kwam uit Frankrijk, ze had blond haar, droeg korte rokjes en reed in een auto. Dat wilde ik ook en daarvoor moest ik naar Europa, ik was acht of negen toen ik die beslissing nam.”
De eerste twee mannen die om haar hand vroegen werden afgewezen, tegen de derde zei ze wel ja. Een Marokkaanse man die in Spanje woonde. “Dat was mijn ontsnapping naar de vrijheid, ik zag hoe beperkt meisjes in Marokko moesten leven. Ik was zestien en zwanger van mijn oudste kind. In Tanger kon ik de vrijheid wel zien, alleen was die er voor de toeristen, niet voor ons.”
Hoe kwam je in Amsterdam terecht?
“Mijn man, we zijn nog steeds samen, was hierheen verhuisd vanuit Spanje. Hij werkte in een fabriek, zoals alle immigranten, een leerbedrijf. We trouwden in 1975.”
Wat voor stad was het?
“In het begin was ik verbaasd. Het was de hippietijd, meisjes liepen halfnaakt over straat en zoenden overal. Dit is vrijheid, dacht ik. En de veiligheid viel me op. Bij alle winkels stonden de kratten buiten op straat, uit de voordeur hing een touwtje, iedereen kon zo een huis in lopen.”
“In Marokko zaten er tralies voor de ramen, in Amsterdam kon je overal naar binnen kijken. Mensen gaven me het gevoel dat ik welkom was. Als ik op de bushalte stond, maakte iedereen een praatje met me. Hoe gaat het met je, ben je hier zonder ouders, mis je ze niet?”
Waren hier in die tijd ook al Marokkaanse vrouwen?
“Ik was de eerste, mijn man zat in een groep met alleen vrijgezelle mannen. Die waren ook nieuwsgierig naar al die halfblote vrouwen. Vanuit het geloof hadden ze een boodschap meegekregen, maar toezicht was er niet. De gedachte is: als je maar niet aan mijn vrouw komt. Alleen waren die vrouwen hier niet. In die tijd waren er veel relaties tussen Nederlandse vrouwen en mannen uit Marokko en Turkije.”
Waar ging je wonen?
“In de Bijlmer, daar waren toen alleen nog rijke witte mensen. Ik weet nog dat mijn man 198 gulden per week verdiende, hij kreeg het mee in een envelop. De huur was 535 gulden per maand. ’s Avonds moest hij nog drie uur werken in de schoonmaak. De eerste jaren waren we de enige allochtonen, daarna kwamen de Surinamers.”
“Ik ben twee keer weggejaagd uit een buurt en het was beide keren hetzelfde probleem: te veel immigranten op één plek droppen. Wat verwacht je dat er dan gaat gebeuren? Ik begrijp niet waarom er geen plan was, als ik de baas was in Amsterdam zou ik dit anders aanpakken.”
Wat gebeurde er dan?
“Drugs, misdaad, schietpartijen. We verhuisden naar Oost, de Pretoriusstraat, toen een prachtige buurt met de mooiste winkels. Weer waren we de eerste allochtonen. Een paar jaar later gebeurde in die wijk hetzelfde. De buurt verpauperde, er woonden bijna alleen maar allochtonen en de autochtonen verhuisden. Toen werd ook nog een coffeeshop geopend in de straat. Ik wilde mijn kinderen daar niet laten opgroeien.”
“Waarom bestaat hier geen beleid voor? In dit land wordt toch alles geregeld en overal over nagedacht? Of laten ze het bewust gebeuren? Het is voor niemand goed, ook niet voor de Nederlanders. Iedere Nederlander heeft wel een allochtoon in dienst. We worden hierdoor uit elkaar gerukt. De jonge generatie voelt zich niet meer welkom, dat hoor ik van mijn kleinkinderen. Wat is er gebeurd met die vrije stad waar ik vijftig jaar geleden ging wonen? Amsterdam is altijd een stad geweest waar de hele wereld naartoe kwam.”
“De scholen in zo’n buurt worden helemaal zwart, de witte mensen rennen weg en je krijgt hele blokken waar alleen maar allochtonen wonen. De autochtone Nederlanders die achter blijven geven de schuld aan immigranten. Het moet gemengd zijn, in mijn bedrijf doe ik dat ook, zo moeilijk is het niet.”
Hoe doe je dat?
“Bij het aannamebeleid. Als op een bepaalde afdeling voor driekwart witte Nederlanders zitten, zorgen we dat er meer diversiteit komt. Ik zit nu ook in een toezichthoudende rol bij andere bedrijven en zie hoe moeilijk het voor ze is. Die willen diversiteit, maar het lukt niet.”
“Vroeger konden ze zeggen: immigranten wonen hier net, ze hebben nog niet hetzelfde niveau. Dat is nu bullshit, we zitten bij de derde of vierde generatie, die zijn gewoon hoogopgeleid. En ze weten meer over de Nederlandse cultuur dan omgekeerd. Het probleem blijft: die bedrijven vinden het eng en ze zijn onwetend.”
“Ik zie het met ramadan, mijn dochter doet mee met het vasten. Hoe lang wonen er nu al moslims in dit land – vijftig, zestig jaar? Nog steeds dezelfde vragen: heb je geen honger of dorst, val je niet flauw, wil je echt geen glaasje water? Ik heb gezegd: begin niet over ramadan, vertel gewoon dat je geen trek hebt of accepteer het glaasje water en neem dan geen slok. Het is te vermoeiend om steeds hetzelfde gesprek te hebben.”
Waarom zit jullie kantoor hier, bij de Spaklerweg?
“In 1980 ben ik hier begonnen, als leidinggevende in de schoonmaak. In 1997 begon ik voor mezelf en had ik een kantoor nodig. Dat moest op hetzelfde terrein zijn, dit is waar ik ben opgegroeid in dit werk. In 1999 kon ik het pand kopen, later is er nog wat bij gekomen.”
Waarom heet het bedrijf MAS?
“Het moest een afkorting zijn, makkelijk te onthouden. Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf, daar zit alles in wat ik wilde zijn, het dekt de hele lading.”
Waar woon je nu?
“Vanuit Oost kochten we een huis in Sloten, weer waren we de eerste allochtonen. Onze buurvrouw dacht: daar komen de Marokkanen, nu gaat dit een zwarte buurt worden. Daarna zag ze dat wij ook een auto van de zaak hadden, een nieuwe keuken in het huis lieten zetten. We werden vriendinnen en onze sleutels lagen bij elkaar in huis.”
“We zitten nu in ons tweede huis hier, in een straat met vrijstaande villa’s, de buurt waar Wim Kok vroeger woonde. Daar heb ik hard voor gewerkt. Het duurde twee jaar voor de buurman me een hand wilde geven, ik ben uiteindelijk naar hem toe gegaan.”
“Het is een ideale combinatie. Een rustige buurt, maar de moskee is dichtbij als mijn man erheen wil gaan. In Osdorp kunnen we al het lekkere eten halen. De Johan Huizingalaan, Plein ’40-’45, daar hebben ze alles. Ook daar zie je maar één soort mensen, eigenlijk zijn die te massaal aanwezig. Ik vind het mooi als een autochtone Nederlander boodschappen komt doen in de groentezaak. Die zal ook gek zijn om dat niet te doen. Het is lekkerder, verser en goedkoper.”
De stad van… Rahma el Mouden
Echt Amsterdams
“Koningsdag. Ik ga de hele stad door, van Zuid tot Osdorp, overal snuffelen. Op die dag voel ik echt dat de stad samen is. Ik hou van het koningshuis, heb ze allemaal ontmoet. Beatrix, Willem-Alexander en koning van Marokko, Mohammed VI.”
Accent
“Ik heb er twee, allochtoon en Amsterdams.”
Gentrificatie
“Het opknappen van buurten is een strategie om rijken binnen te krijgen, ik ben er niet gerust op. Zeker als je een huurhuis hebt.”
Huur of koop
“Ik ben een geboren ondernemer en wilde al kopen toen mijn man nog bang was. Hij dacht: als je werkloos wordt, moet je je huis verkopen. Nu is hij blij dat we het hebben gedaan.”
Import
“Je moet gewoon integreren en werken en contact maken, dan kan iedereen een Amsterdammer worden.”


Fotografie: Erik Smits/Het Parool
Deel dit bericht:

