Opinie Rahma in De Telegraaf: ‘Ondernemers moet je niet in de wacht zetten’

Telegraaf

Dat ondernemers mondjesmaat weer aan de slag mogen, gebeurt niet dankzij maar ondanks de crisisaanpak van het kabinet, vindt Rahma el Mouden, ,,Bij het zoeken naar oplossingen hadden ondernemers nauwer betrokken moeten worden. Problemen oplossen is hun dagelijks werk.

Wie heeft ooit gedacht dat ons mooie land door een virus zo geraakt kon worden? Begin dit jaar konden werkgevers amper personeel vinden, opende er op elke hoek van de straat een nieuwe winkel of horecagelegenheid en moest de regering projecten bedenken om de miljarden te besteden.

Toen kwam COVID-19. Het leed dat dit coronavirus met zich meebracht is enorm. Het verdriet om overledenen, de zorg die totaal overbelast raakte, patiënten met andere ziektes niet behandeld konden worden en mensen die zorg gingen mijden uit angst om naar het ziekenhuis te gaan.

Het persoonlijk leed dat vele families is overkomen, staat niet in verhouding met enig andere situatie. Ik kan de pijn voelen. Drie familieleden werden getroffen door corona en belandden op de IC. Gelukkig hebben ze het gehaald, dankzij de goede zorg die zij kregen.

Bedaren

Dankzij het harde werk en de discipline van talloze Nederlanders lijken we het virus enigszins tot bedaren te brengen. Toch moeten wij de risico’s nog steeds niet onderschatten. Nu de lockdown stap voor stap wordt afgebouwd, zijn overheid, deskundigen en specialisten op elk gebied, zowel medisch als economisch, dag en nacht bezig om ons nieuwe leven en toekomst op anderhalve meter afstand vorm te geven. Maar niet alleen overheid en specialisten werken aan de route naar de nabije toekomst, een ieder doet dat op zijn eigen manier. Zo ook ondernemers; zij zijn over het algemeen creatief en gewend zelf hun broek op te houden.

Leed

Ondanks alle ondersteuning die de ondernemers hebben gehad, is het leed gigantisch. Deze crisis heeft niets te maken met goed of slecht ondernemerschap. In sommige sectoren is de omzet per direct met 100% gekelderd. Dan kun je innoveren wat je wilt, maar euro’s om je rekeningen te betalen komen niet binnen.

Ik vind dat ondernemers eerder de vrijheid moeten krijgen hun bedrijven weer te openen. Hoe zeer ik premier Rutte ook waardeer om de manier waarop hij het land leidt in deze crisistijd, daar zit mijn grootste probleem met de aanpak van het kabinet. 

Binnen het crisismanagement is het ondernemerschap niet goed vertegenwoordigd. De werkgevers zijn zichtbaar, maar niet de ondernemers – de mensen die dezelfde pijn voelen als ik. Ondernemers die slecht slapen omdat zij de lonen of het vakantiegeld van hun mensen niet kunnen betalen. Bij het zoeken naar een uitweg uit de crisis hadden ondernemers nauwer betrokken moeten worden; dan was er meer creativiteit voorhanden geweest.

Drijvende kracht

De ondernemers waar ik het over heb zijn de mkb’ers, de drijvende kracht achter de groei van de economie en verantwoordelijk voor 71% van de werkgelegenheid. Als men ons gevraagd had, dan hadden wij waarschijnlijk gevraagd ons te compenseren met een percentage van de omzet en een extra lening in plaats van een percentage van de loonsom. 

Daarmee waren de ondernemers in staat geweest om te innoveren en snel te handelen. Dan hoefden ze niet zo in angst te leven voor een faillissement. Op die manier hadden wij de economie voor een groot deel draaiend kunnen houden. Dit beleid gaat ten koste van de ondernemers. Voor deze groep zijn niet de juiste beslissingen genomen en dat raakt heel Nederland.

Uit De Telegraaf van vrijdag 29 mei 2020.

Rahma El Mouden in De Kwestie: ‘Dankzij woonbeleid is dit land nu gesegregeerd’

Kwestie

Bijna ongemerkt, als een soort sluipmoordenaar, zijn er in Nederland het afgelopen decennia getto’s ontstaan. Sterker nog: de getto’s zijn gecreëerd. De voorheen keurige woonwijken, waar twintig jaar geleden nog een mix aan bewoners een plekje kon vinden, hebben zich onder toeziend oog van woningcorporaties en vooral onder regie van politici ontwikkeld tot criminaliteitsnesten en armoedebastions.

Dit is de snelgroeiende schandvlek in een land dat zegt beschaafd te willen zijn. Als we geconfronteerd werden met getto’s elders in de westerse samenleving, zeggen we tegen elkaar: Dát kan en mag in Nederland niet gebeuren! En nu nog steeds kijken we een andere kant op, willen we de waarheid niet onder ogen zien, omdat de beslissers in ons land in veilige ‘niets aan de hand’-wijken wonen. Alsof een wijk als Het Zand in Tilburg, waar mistroostig de verf van de huurwoningen afbladdert, buurtbewoners sidderen voor crimineel en onbeschoft gedrag, waar verslaafden hun plek hebben gevonden, mensen met psychiatrische problemen met steeds minder professionele hulp aan hun lot worden overgelaten, niet bestaat.

Wat doe je onze jongeren aan in deze achterstandswijken – ook zo’n begrip uit het woordenboek van de sociale huursector – die hun toekomst nog moeten opbouwen? Wat zij zien als ze de straat op gaan is een failliete verzorgingsstaat, waar dankzij doelbewust beleid mensen met lage inkomens, zonder werk, met psychische problemen in zijn gemanoeuvreerd. Hoe kun je aan je toekomst werken als je opgroeit in een omgeving waar het perspectief is verdwenen?

Woningcorporaties en beleidsmakers creëren zelf deze onhoudbare situaties. De middenklasse is door regeltjes over ‘scheefwonen’ weggejaagd. Het leek allemaal heel sociaal, maar het is de bijl aan de wortels van een sociale en een gezonde multiculturele samenleving. Na de mislukte integratiepolitiek van opeenvolgende kabinetten is dankzij het woonbeleid Nederland een gesegregeerd land geworden. De kanslozen hebben hun eigen domein, waar dankzij de aanleg van ringwegen de middenklasse en goed gesitueerden omheen kunnen rijden.

Ik ben ervan overtuigd dat er een remedie is tegen dit verval. Meer variatie toepassen, meer mixen tussen allochtoon en autochtoon, jong en oud, koop en huur, succes en nog geen succes: het zijn elementaire voorwaarden om wijken leefbaar te maken.

Ik heb de concentratie van kwetsbare mensen van nabij meegemaakt in de Bijlmer, in Amsterdam-Oost en ook in Nieuw-West in de jaren ’80. Wij zijn twee keer verhuisd uit wijken die erg achteruitgingen en waar ik me onveilig heb gevoeld. Uit zelfbescherming vertrokken we naar elders.

De overheid moet bereid zijn om systemen aan te passen en snel te handelen in het belang van de burgers. We hebben politici nodig die lef hebben om deze mensen te helpen. Als de overheid niets doet wordt de afstand tussen de diverse bevolkingsgroepen alleen maar groter. 

En ondertussen worden straks, als we niet oppassen, de Nederlandse wijken in een adem genoemd met bekende getto’s als Molenbeek, Schaarbeek en de banlieus in Parijs, waar zelfs de politie niet meer durft te komen.

Dat is nou precies wat we hier dus niet willen.

Rahma el Mouden is onderneemster

De Kwestie

Opinie Rahma in De Kwestie: Vrouwen met parttime baan komen nergens

De Kwestie

Vrouwen die kiezen voor deeltijdwerk, gooien hun eigen glazen in. Dat zegt Rahma el Mouden. Volgens de onderneemster beseffen vrouwen niet welk risico ze ermee lopen. ,,De parttime-cultuur moet doorbroken worden, maar de meeste vrouwen staan nog in de slaapstand.”„Nederland is anno 2020 trots op de bereikte emancipatie van vrouwen. Het slotstuk van het gevecht voor gelijke rechten, gelijke kansen en gelijk loon is desalniettemin een quotum voor vrouwen in een beperkt deel van het bedrijfsleven. Is die Nederlandse vrouwenemancipatie, waar iedereen zo tevreden over doet, schone schijn of zien we echt niet wat er aan de hand is?Dat de emancipatie voor vrouwen voltooid zou zijn, is niet waar. Heel misschien kun je van vooruitgang spreken als het gaat om de individuele vrijheden. Maar de Nederlandse vrouwen lopen mijlenver achter bij de mannen als het gaat om hun financiële onafhankelijkheid.

Zelf dacht ik altijd dat vrouwen hier in Nederland veel verder geëmancipeerd waren dan bijvoorbeeld de vrouwen in mijn Marokkaanse cultuur. Maar ik ben er helaas achter gekomen dat het in de praktijk helemaal niet zo goed gesteld is met de emancipatie van vrouwen in Nederland ten opzichte van de vrouwen en meiden van Marokkaanse komaf. Die zijn juist heel keihard bezig om hun financiële onafhankelijkheid te verbeteren ten opzichte van hun moeders, die niet buitenshuis mochten werken en daardoor financieel volledig afhankelijk waren van hun partners. Dat hebben hun dochters van heel dichtbij meegemaakt. De meesten kiezen er nu wél voor om financieel onafhankelijk te zijn.

De Nederlandse vrouwen zijn doorgaans hoog opgeleid en kiezen direct na hun studie vaak heel bewust voor hun eigen geluk. Ze gaan eerst een tijdje ‘free-wheelen’ en daarna bewust parttime werken, omdat ze de zorgtaken voor de kinderen volledig op zich willen nemen.

Deze vrouwen, de kampioenen van de parttimebanen, kosten de maatschappij veel geld. Ik maakte destijds heel bewust een andere keuze toen ik hier aankwam in dit mooie land. Want in mijn ogen verhoog je je persoonlijk geluk alleen als je financieel vrij bent. Want zolang je afhankelijk bent van mannen kun je je droombaan niet realiseren. Ik vind dat als je respect wilt hebben in je relatie, dan moet je evenveel óf meer dan je partner verdienen, dan weet je dat de relatie op echte liefde is gebaseerd.

Vrouwen beseffen niet dat ze zichzelf te kort doen door parttime te blijven werken. Ze bouwen geen goed pensioen op en als de man er plotseling van doorgaat met een andere vrouw dan verandert de privé-situatie onmiddellijk. Dan zijn de vrouwen genoodzaakt te verhuizen, hun kinderen moeten in een andere omgeving naar school en ze moeten uiteraard meer gaan werken om financieel rond te kunnen komen.

Het is maar de vraag of de meeste vrouwen zich er bewust van zijn welk risico ze lopen. De meesten staan nog steeds in de slaapstand.

Daarom gaat het quotum van dit kabinet niet ver genoeg. De arbeidsparticipatie van Nederlandse vrouwen loopt ver achter ten opzichte van de mannen. We hebben hier te maken met een hardnekkige cultuur; dit is het onbenut vermogen van Nederland.

Deze parttime-cultuur van vrouwen moet doorbroken worden. Waarom veranderen werkgevers hun manier van denken niet? Faciliteer vrouwen in een volledige baan.

Maar ook de overheid moet niet stilzitten. Maak het mogelijk dat vrouwen fulltime kunnen werken door betere voorzieningen in de kinderopvang, aantrekkelijker zorgverlof voor mannen en vrouwen, flexibel werk vanuit huis of andere werktijden. Zolang Nederlandse vrouwen in deeltijdwerk blijven hangen, zullen zij nooit de hoogste banen bemachtigen.”

De Kwestie